DE HAVENINDUSTRIE GAAT EEN CRUCIALE ROL SPELEN IN DE ENERGIETRANSITIE

De klimaatverandering vraagt om innovatieve oplossingen. Van huishoudens, overheden en industrie. Hoe kunnen we de CO2-emissies terugdringen, is de centrale vraag. Door volop in te zetten op groene waterstof? Op kernenergie? Of is CO2-opslag het ei van Columbus? Antwerp@C denkt dat laatstgenoemde optie op korte termijn de meest realistische is. Frederik Pieters legt uit wat de plannen zijn.

Antwerp@C is een consortium waarin acht toonaangevende spelers uit het Antwerpse havengebied hun krachten bundelen. Air Liquide, Borealis, INEOS, ExxonMobil, Fluxys, Port of Antwerp, TotalEnergies en BASF, waar Frederik Pieters stafmedewerker van de ondernemingsleiding is, tekenden in 2019 een samenwerkingsakkoord. Daarin kwamen de partijen overeen om de haalbaarheid van een CO2-infrastructuur voor het afvangen en opslaan van koolstofdioxide in de haven van Antwerpen te onderzoeken. ‘We beschikken over het grootste Europese geïntegreerde energie- en chemiecluster, zegt Pieters, die de jaloezieën in zijn kantoor aan de Scheldelaan omhoogtrekt. ‘Kijk, chemie zover het oog reikt’, zegt hij met enige trots. ‘Dat biedt dus ongeëvenaarde kansen om bedrijfsoverschrijdende samenwerking te creëren en innovatieve CO 2-reductie voor te bereiden.’

Backbone

Het havenbedrijf is niet alleen uitbater van de haven maar ook een community builder, zegt Pieters, die voorzitter is van Stakeholdermanagement, één van de werkgroepen in het Antwerp@C-project. ‘In de Antwerpse haven stoten we jaarlijks 18 miljoen ton CO2 uit. In heel Vlaanderen is het 75 miljoen ton. Grofweg een kwart komt dus van ons. Al jaren lopen er verschillende verduurzamingstrajecten in de haven. Zoals proefprojecten met sleepboten op waterstof en walstroom als vervanging van dieselgeneratoren. Maar wil je echt iets wezenlijks bereiken dan móet je samenwerken. Vandaar dat we nu met elkaar een grote pijpleiding willen aanleggen. Een backbone waar de gehele industriële havengemeenschap zijn afgevangen CO2 kan laten instromen, waarna het verder getransporteerd kan worden.’

Groot gemeenschappelijke belang

‘Let wel’, waarschuwt Pieters, ‘Antwerp@C bemoeit zich alleen met de gemeenschappelijke infrastructuur. Bedrijven moeten zelf zorgen voor afvang en zuivering van CO2 in hun processen. Alleen met gezuiverde CO2 die voldoet aan een bepaalde specificaties, kunnen zij aansluiten op de centrale leiding. In ieder geval is het bedrijf dat koolstofdioxide loost op de backbone vanaf het einde van die lijn ook weer zelf verantwoordelijk voor het transport, bijvoorbeeld naar een leeg gasveld in de Noordzee.’ Het samenwerken kent soms uitdagingen, beseft Pieters. ‘Ieder bedrijf heeft een eigen strategie, belangen en tijdslijn. Maar alle deelnemers zijn bereid te kijken naar het grote gemeenschappelijke belang en dat is de aanleg van de infrastructuur. In die infrastructuur willen we ook een centrale fabriek opnemen waarin we de koolstofdioxide vloeibaar kunnen maken. Op die manier kunnen we de CO2 ook per schip vervoeren. Dat kan natuurlijk goed vanuit deze haven.’

Ieder bedrijf heeft een eigen strategie, belangen en tijdslijn. Maar alle deelnemers zijn bereid te kijken naar het grote gemeenschappelijke belang en dat is de aanleg van de infrastructuur.

Waterstof

Tata Steel maakte onlangs bekend dat zij de stap van het opslaan en gebruik van CO2 overslaan en zich gaan richten op vergroening met waterstof. Heeft Antwerp@C ook deze variant onderzocht? Pieters: ‘Zeker, alle scenario’s zijn de revue gepasseerd. Het maken van staal is een ander proces dan de chemische processen die hier plaatsvinden. Wil je compleet duurzaam produceren, dan moet er op korte termijn voldoende groene waterstof voorhanden zijn. Daar twijfel ik aan. Hier in Antwerpen is dat nog niet het geval. Wel doet bijvoorbeeld BASF in Ludwigshafen (D) onderzoek naar turquoise waterstof, door middel van pyrolyse van methaan. Naast waterstof ontstaat uit dit proces vaste koolstof (geen CO2), waar we weer andere producten mee kunnen maken.’

Brugtechnologie

‘CCS, het opslaan van CO2, is een overbruggingstechnologie. Maar hoe lang deze overbrugging nodig zal zijn, is niet op voorhand duidelijk. In het centrum van Antwerpen werd ooit een echte tijdelijke brug geplaatst. Die heeft veertig jaar dienst gedaan, voordat die vervangen kon worden door een tunnel. De brug was een tijdelijke manier om van A naar B te komen. En het tijdsperspectief is belangrijk. In 2030 willen we de CO2-uitstoot met 55% hebben verminderd. Dat is bij wijze van spreken morgen al. Inmiddels hebben we de haalbaarheidsstudies van de backbone achter de rug en zijn we nu aangeland in de engineeringsfase. In 2024 of 2025 staat er een modulair concept. Dat betekent dat we in de vijf jaren daarna tot negen miljoen ton CO2 per jaar moeten kunnen afvangen, transporteren en opslaan.’

In 2030 willen we de CO2-uitstoot met 55% hebben verminderd. Dat is bij wijze van spreken morgen al.

Niet nieuw

Gaat dat lukken? ‘In Noorwegen en in de VS is al ruim dertig jaar ervaring met opslag van koolstofdioxide in de zeebodem. Ook het afvangen van CO2, het transporteren ervan via pijpleidingen is niet nieuw. En het broeikasgas vloeibaar maken evenmin. Wat wel nieuw is, is de schaal waarop dat moet gebeuren. En dat we daar een volledige keten voor moeten optuigen. Er zijn veel factoren die invloed zullen hebben op de snelheid van het project: de verschillende bedrijfsstrategieën, de prijs van CO2-uitstoot en overheidssubsidies.’

Grootschalig en geclusterd

et chemiecluster in de Antwerpse haven maakt een groot aantal basischemicaliën die nodig zijn voor vele consumentenproducten. Het zou goed zijn om dit beter kenbaar te maken aan consumenten, vindt Pieters. ‘Consumenten beseffen dit onvoldoende. Ik zie in de toekomst nog wel een aantekening op de verpakkingen komen waar staat hoeveel CO2-uitstoot nodig was om het product te maken en dat dat mede de prijs bepaalt. Net zoals het aantal calorieën dat een bepaald voedingsmiddel bevat en dat op de achterkant van de verpakking staat. Of we in 2050 met elkaar CO2-neutraal zijn? Aan ons zal het niet liggen. Grofweg komt een derde van de uitstoot voor rekening van de industrie, een derde van transport en een derde van huishoudens. Hier in de industrie kunnen we zaken grootschalig en geclusterd aanpakken. Bij huishoudens en in de transportsector is dat veel ingewikkelder. De havenindustrie gaat een cruciale rol spelen in de energietransitie.’

Frederik Pieters is woordvoerder en voorzitter van de werkgroep Stakeholdermanagement, binnen het Antwerp@C-project. Bij BASF is hij stafmedewerker van de ondernemingsleiding.

Printen